Hilde De Decker
foto's Bart Vermaercke
Statement about my chatelaine for Hélène Grimaud

I was fascinated by Hélène Grimaud because of the combination “music – wolfs”. Or, in other words, “civilization – nature”, “sophisticated – savage”, etc. ... I tried to visualize this contrast also in my jewelry piece.

The chains stand for a man-made world but refer also to the visual language of historical chatelaines. On the opposite, the green fabric spots refer to outside, the country-side, nature. The bunch of picked, unraveled threads are an almost literally reference for the wolf(tail). All of them are strongly connected.

But, mostly important : you can wear the chatelaine “open” or “closed”.
Sequel “how to open the chatelaine”:
The (imitation of the) wolf tail is attached to your trousers.
Remove right hand glove from the tail. Put on the right hand glove.
Remove the left hand glove from the tail. Put on the left hand glove.
The tail remains, hanging down from your trousers as a chatelaine.
When you wear both gloves, you can play the piano.

Hélène Grimaud ‘needs’ the savage influence of the wolfs to play the piano in an instinctive, intuitive, natural way… This is what my chatelaine try to communicate.


Hilde De Decker
“Achter de dingen”- Antwerpen, Gent

Een educatieve expositie in het kader van het onderzoeksproject Artefact (Sint Lucas Antwerpen) ziet er als volgt uit:
Mijn sieraden en objecten toon ik alleen op foto’s. Daartussen hangen allerlei ‘bronnen’.

Het is de bedoeling om op die manier de studenten uit te nodigen een kijkje te nemen in mijn keuken.
Wat maakt deel uit van mijn wereld, wat is het specifieke eraan, wat geeft aanleiding tot associaties maken en wat zijn de keuzes die uiteindelijk een afgewerkt stuk bepalen.

Dikwijls ook: hoe gaat het stuk achteraf zijn leven leiden, op welke manier interpreteren mensen mijn werk en hoe heeft dat weer invloed op mijn verder werkproces.

Aangezien de afgewerkte stukken alleen op foto aanwezig zijn, worden zij letterlijk op een afstand gehouden/vanop een afstand bekeken. Dat stelt het afgewerkte stuk in vraag; had het ook in iets anders kunnen resulteren ?

Ik wil hiermee de studenten prikkelen, hun eigen verbeelding laten spreken, welke interpretatie zouden zij maken? Al de dingen die je omringen, banaal of niet, kunnen je inspireren om ieder op een heel eigen manier iets te maken. Het zou mooi zijn om al die verschillende resultaten alleen al in gedachten op een rijtje te zetten...

Anderzijds leg ik op die manier ook de nadruk op het feit dat ik het werkproces bijna als nog belangrijker beschouw dan het resultaat - wat aan het publiek wordt getoond. De weg naar het doel is belangrijker dan het doel zelf, dat spreekt voor zich.

Dit gegeven zet meteen een vraagteken bij de waarde van het uiteindelijke kunstwerk: ook al lijkt in mijn werk dikwijls maar één uitkomst mogelijk nadat alle overbodigheden aan de kant zijn gegooid, toch zie ik het maken van sieraden en objecten als een onophoudelijk proces dat nooit eindigt en nooit het definitieve antwoord geeft.

Het antwoord is minder interessant dan de vraag zelf. Daarover gaat het ook in de tegenstelling tussen de begrippen ‘problem-solving designer’ en ‘problem-creating artist’ wat ik las in een boek over het werk van Roy Mc Makin. In mijn werk tracht ik de rol van deze laatste te spelen. Hopelijk met even veel ‘gamesmanship’ als Roy Mc Makin zelf.

Hilde De Decker - 2006
“Achter de dingen”

Een educatieve expositie in het kader van het onderzoeksproject Artefact (Sint Lucas Antwerpen) ziet er als volgt uit:
Mijn sieraden en objecten toon ik alleen op foto’s. Daartussen hangen allerlei ‘bronnen’.

Het is de bedoeling om op die manier de studenten uit te nodigen een kijkje te nemen in mijn keuken.
Wat maakt deel uit van mijn wereld, wat is het specifieke eraan, wat geeft aanleiding tot associaties maken en wat zijn de keuzes die uiteindelijk een afgewerkt stuk bepalen.

Dikwijls ook: hoe gaat het stuk achteraf zijn leven leiden, op welke manier interpreteren mensen mijn werk en hoe heeft dat weer invloed op mijn verder werkproces.

Aangezien de afgewerkte stukken alleen op foto aanwezig zijn, worden zij letterlijk op een afstand gehouden/vanop een afstand bekeken. Dat stelt het afgewerkte stuk in vraag; had het ook in iets anders kunnen resulteren ?

Ik wil hiermee de studenten prikkelen, hun eigen verbeelding laten spreken, welke interpretatie zouden zij maken? Al de dingen die je omringen, banaal of niet, kunnen je inspireren om ieder op een heel eigen manier iets te maken. Het zou mooi zijn om al die verschillende resultaten alleen al in gedachten op een rijtje te zetten...

Anderzijds leg ik op die manier ook de nadruk op het feit dat ik het werkproces bijna als nog belangrijker beschouw dan het resultaat - wat aan het publiek wordt getoond. De weg naar het doel is belangrijker dan het doel zelf, dat spreekt voor zich.

Dit gegeven zet meteen een vraagteken bij de waarde van het uiteindelijke kunstwerk: ook al lijkt in mijn werk dikwijls maar één uitkomst mogelijk nadat alle overbodigheden aan de kant zijn gegooid, toch zie ik het maken van sieraden en objecten als een onophoudelijk proces dat nooit eindigt en nooit het definitieve antwoord geeft.

Het antwoord is minder interessant dan de vraag zelf. Daarover gaat het ook in de tegenstelling tussen de begrippen ‘problem-solving designer’ en ‘problem-creating artist’ wat ik las in een boek over het werk van Roy Mc Makin. In mijn werk tracht ik de rol van deze laatste te spelen. Hopelijk met even veel ‘gamesmanship’ als Roy Mc Makin zelf.

Hilde De Decker - 2006

Wedding ring turns up in potato after twenty years - this was the starting point for Hilde De Decker’s project. Reality defies the imagination. The reverse may be true too. (...)
And then the jewels... First experimenting with my own souvenirs and other’s trinkets. Waiting for the results before testing with gold and silver. How does a vegetable react to precious metal? To being pierced, to gold leaf, silver trhread... Ultimately designing jewellery that grows into the vegetables. Or is it the other way round? Fitting the jewellery over the tender young fruit, not too early, not too late. Adjusting, intervening, leading, every week, or even every day. Creating new jewellery every week, following the rhythm of the vegetables.
A la galerie Marzee Hilde De Decker était jusqu’à présent plutot connu comme creatrice de bijoux.

...
Sur le plan du contenu elle continue dans un sens identique. Ou plutôt deux en somme. Puisque Hilde De Decker explore depuis quelques années deux thèmes : la feminité et le familial. Il y a un an elle proposait une ré-édition des ustensils de ménage, faites en argent pur ou argentés. Des objets de tous les jours comme des maniques ou des ouvres-boïtes. Maintenant elle opte pour des objets décoratifs et des bibelots, comme représentants d’un monde intérieur ou rien se passe et qui est le domaine de la femme, la gardienne du faux semblant.
D’un côté Hilde De Decker ridiculise ce culte de l’intérieur taciturne, de l’autre côté elle donne à la femme un rôle, une responsabilité plus importante.
Parmi tous ces objets, se trouvent quelques gaufres en argent massif pour souligner que tout ce travail est fait avec amour et énergie. Comme une invitation au respect.
Regardant tous ces signes de servitude béate, de bourgeoisie sournoise, il nous est difficile de ne pas nous poser la question : mais quand cette bombe va-t-elle exploser ? Mais l’explosion ne se déclanche pas. Ou pas encore.

Seulement les gaufres sont fausses ( toque)

L’installation de la bijoutière flamande Hilde De Decker est impressionante et un vrai régal à voire. Elle a fait coudre un ensemble de 60 mètres carrés composés de petites tapisseries flamandes et puis elle a accroché cette tapisserie composée au paroie d’un espace qui mesure pas moins de 7 mètres de hauteur, du sol au plafond.
Par la forme de la stucture cachée où la tapisserie est soigneusement méticuleusement drapée autour, l’installation rappelle les cheminées gigantesques qu’on trouve dans les châteaux.
Cette cheminée décorative à la flamande (décoré d’assiettes, de cruches, de bibelots et autre vaisselle argentée) démontre d’une manière exemplaire que ce n’est pas par hasard qu’on considère Hilde De Decker comme l’enfant terrible de la bijouterie flamande. Elle nous impose son point de vue sur l’histoire des arts décoratifs flamands, tout en mettant à l’épreuve notre perception des choses.
Elle joue le jeu du vrai et du faux d’une manière inimitable : “Seulement les gauffres sont fausses” déclarait-elle d’une manière trés décidé aux interessés. Ce qui est vrai d’ailleurs : les gauffres sont coulées en argent massif, tandis que toute la vaisselle en céramique est vrai - acheté sur des marchés publics ou des magasins et patiné avec une fine couche de lustre, puis mise au four et polie. De cette manière elle réalise des formes qu’on peut normalement pas produire en argent - une expérience assez perturbante pour la spectateur. Les tapisseries sont aussi vraies, tissés à l’ordinateur, Made in Belgium. Dry Clean Only, des loques pour les touristes.
“Je voulais faire quelque chose de grandiose” déclarait Hilde De Decker. Elle l’a réussi.